Kom uit je schuld

Als laaggeletterde hou je je stil

“Natuurlijk ben je, ook als laag­geletterde, zelf verantwoordelijk. Je moet op tijd aan de bel trekken. Maar het helpt als er in je omgeving en bij instanties meer oog is voor laag­geletterdheid. Dan durf je er sneller voor uit te komen.”

Lang gaat het goed. Marchien Brinksma (55) werkt, als zweminstructeur. Ze heeft een contract voor 20 uur, maar werkt 40 uur en die krijgt ze ook uitbetaald. Dat ze niet kan lezen en schrijven, is soms wel lastig, maar het is te omzeilen. “Het zijn praktijkberoepen, hè. Gewoon goed opletten en alles goed onthouden, dan red je het wel. En ik verdiende altijd genoeg. Ging er iets mis, dan belden ze: waar blijft de contributie van de sportclub? Of: je hebt de ouderbijdrage nog niet betaald. En dan maakte ik het in orde.”

Lezen en schrijven “Tja, lezen en schrijven…. Op school kreeg ik die cijfers en letters er gewoon niet in. Ik tekende ze met alle plezier na, maar het zei me niets. De klassen waren groot, aandacht voor taalachterstand was er niet. Je wordt achterin gezet. Je mag afwassen en de plantjes water geven. Je denkt: het zal wel. Thuis was er ook geen aandacht voor lezen en schrijven. Ik groeide op in een omgeving waarin iedereen altijd keihard werkt. Maar wel met z’n handen. Het gaat van generatie op generatie. Plus, je zoekt elkaar op. Het is een probleem dat blijft bestaan en dat groter is dan je denkt.”

Revalidatie In 2004 gaat het mis. Marchien gaat scheiden. Niet lang daarna moet ze worden geopereerd. Maar de operatie mislukt en ze raakt verlamd. Ze ligt eerst een jaar op bed. Daarna verloopt het revalidatieproces traag. “Ik móést weer kunnen lopen. Inmiddels kan ik weer bijna alles, alleen met mijn rechter­been loop ik nog moeilijk.” Ze meldt zich ziek en krijgt 70 procent uitbetaald op basis van haar 20 uur-contract. Vervolgens wordt ze voor 48 procent afgekeurd. Omdat er geen passend werk voor haar te vinden is, wordt ze ontslagen. Marchien raakt in de put.

Wake up-call Met pijn en moeite werkt ze de daarop­volgende jaren aan haar herstel, maar verder heeft ze nergens fut voor. “Ik voelde me schuldig. Ik kwam niet meer buiten. Ik zat alleen maar op de bank. Ik liet het huis en mezelf verslonzen. De post schoof ik ongeopend onder de bank. Ik wist niet zo goed wat ik ermee aan moest. Ik dacht: wat je niet ziet, dat is er niet. Kwamen de deur­waarders, dan dook ik achter de bank. En wachtte tot ze weer gingen. Maar op een gegeven moment gaan ze niet meer weg.” Dan volgt in 2012 – bijna letterlijk – een wake up-call. Haar ex-leidinggevende belt: of ze wel weet dat ze over een paar dagen uit haar huis zal worden gezet? Ze heeft op geen enkele brief of aanmaning van de woning­bouw­vereniging gereageerd en die vindt dat het mooi is geweest. De container voor de ontruiming staat al klaar.

“De post schoof ik ongeopend onder de bank, ik dacht: wat je niet ziet, dat is er niet”

Doos vol post De ex-leidinggevende trekt zich Marchiens situatie aan. Hij roept de hulp in van een maatschappelijk werker en een bewind­voerder. Bij de woningbouw­vereniging zorgen ze voor uitstel van betaling. Alleen, dan moet Marchien wel met haar hele administratie naar de gemeentelijke kredietbank (GKB), om een begin te maken met schuldsanering. Met een doos ter grootte van een halve koelkast, gevuld met ongeopende post, meldt Marchien zich bij de bank. Ze wordt direct weer weggestuurd. De ambtenaren denken dat ze, met haar doos vol ongelezen brieven, reclamefolders en een enkele rouwkaart, wil laten zien dat ze ‘tegen het systeem’ is. Marchien: “Dat ben ik helemaal niet. Maar ik wist gewoon niet wat ik moest. Het is voor laaggeletterden gewoon heel moeilijk om telkens maar te zeggen dat je dat bent. Zeker als je kortaf wordt behandeld en je je schaamt. Dan doe je dat niet. Je zegt beleefd ja en je gaat weer.”

Beschermingsbewind Met een vriendin, eveneens ongeletterd, sorteert ze de post. “Dat deden we op basis van de logo’s. Andere aanknopingspunten hadden we niet.” Als uiteindelijk alles op orde is gebracht, concludeert de bank dat de schuld van 60.000 euro buiten hun capaciteit valt. Het advies: ga naar de Wsnp. Begin 2014 staat Marchien voor de rechter, die de schuldsanering snel toekent. In vijf jaar komt ze van haar schulden af. Onder beschermings­­bewind en met een beperkt weekbudget. Marchien: “Ik sta nog steeds onder bewind. Dat heb ik nodig. Want ik was nog maar nauwelijks uit de Wsnp, of de eerste brieven van het CJIB en UWV kwamen alweer binnen.”

Meer oog “Achteraf”, zegt ze, “had ik, toen de eerste brieven binnenkwamen, meteen aan de bel moeten trekken. Laaggeletterd of niet, je bent zelf verantwoordelijk. Ik zeg nu ook tegen iedereen in een vergelijkbare situatie: bel op en vraag net zo lang door totdat iemand je vertelt waarom je die brief hebt gekregen en wat erin staat. Dat is natuurlijk wel moeilijk. Mensen geloven je vaak niet als je zegt dat je laaggeletterd bent. Het zou fijn zijn als hier bij instanties en hulpverleners meer oog voor was. Het is iets waar je nu eenmaal niet mee te koop loopt.” Schouders eronder De toekomst? Die ziet Marchien zonnig in. “Ik kan weer lopen – daar heb ik heel hard voor geknokt. Inmiddels leer ik behoorlijk lezen en schrijven. Ik heb net mijn scheidsrechter­diploma gehaald bij de minigolfclub waar ik lid ben. En, ik wil weer aan het werk. Ik kom er wel. Gewoon je schouders eronder zetten.”

“Mensen geloven je vaak niet als je vertelt dat je laaggeletterd bent”

Hulp bij geldzorgen

Het is belangrijk dat mensen zo snel mogelijk hulp krijgen bij hun geldzorgen. De eerste stap naar een oplossing? Eerlijk zijn over de situatie en er met iemand over praten. Iemand die zij vertrouwen. Want zo kan iemand met geld­problemen in contact komen met de juiste instanties. Maar dit vraagt om moed en lef. Bel 14 0342 en vraag naar een van onze gespreksvoerders schuldhulpverlening of mail naar meldingsbalie@barneveld.nl