Gladheidbestrijding
in Barneveld

De winterperiode is aangebroken. We hebben de eerste nachten met vorst achter de rug. Voor de gemeente Barneveld is dat hét moment om goed voorbereid te zijn op de bestrijding van de gladheid. Hoe pakken we dat aan? Wat doet de gemeente? Wat kunt u zelf doen? Op deze pagina van Barneveld Uitgelicht informeren wij u hierover.

In de winterperiode wordt de gladheidbestrijding uitgevoerd door de afdeling Beheer Openbare Ruimte (BOR) van de gemeente Barneveld. De gemeente Barneveld werkt daarbij overigens samen met andere wegbeheerders, zoals de provincie Gelderland en Rijkswaterstaat. De bestrijding van de gladheid is vastgelegd in het Gladheidsbestrijdingsplan 2006; u vindt dit plan op onze website.

Wanneer treedt gladheid op?

Gladheid ontstaat door bevriezing van natte weggedeelten en/of bij sneeuwval. Dit treedt vooral op wanneer het ’s nachts opklaart en de temperatuur daalt tot op of onder het vriespunt. Het is vooral verraderlijk wanneer het bij helder weer licht begint te worden.

Hoe kunt u gladde weggedeelten herkennen?

Bij sneeuwval is het duidelijk: de weg is wit. Bij opvriezen is het moeilijker, want de kleur van de weg verandert dan niet. Toch is gladheid te herkennen door het licht wat op de weg valt. Als er ‘kristalletjes’ zijn te zien, is het glad want dit zijn bevroren waterdruppeltjes. Gladheid kan van plaats tot plaats verschillen. Wanneer het bijvoorbeeld in Barneveld nog niet glad is, kan het in de omgeving van Garderen wel glad zijn omdat de wegen in Garderen hoger liggen. Daarnaast hebben het type ondergrond, soort wegdek en ligging ten opzichte van bebouwing en bomen invloed op het al dan niet sneller glad worden. Ook bruggen en viaducten zijn berucht. Doordat hier bodemwarmte ontbreekt, zijn deze (over het algemeen) sneller glad, zoals bijvoorbeeld de houten bruggen in woonwijken. U herkent dit doordat de planken waarover u loopt of rijdt “wit” zijn. Deze bruggen worden niet apart gestrooid. We doen dat niet, omdat bij het strooien van deze bruggen het zout tussen de planken valt en in het oppervlaktewater terecht komt wat heel schadelijk is voor het milieu.

Wanneer wordt er gestrooid?

De gemeente Barneveld hanteert voor het strooien twee soorten strooirondes. Dat heeft te maken met het uitgebreide wegennetwerk. Daarom moeten keuzes worden gemaakt.

  • Strooironde 1: Wegen, straten en fietspaden in
    de eerste strooironde kunnen op elk moment, dus ook ’s nachts, worden gestrooid.
  • Strooironde 2: De overige wegen, straten, pleinen en fietspaden vallen onder de tweede strooironde. Deze strooironde wordt alleen tijdens de gewone werktijden gereden als de wegen in de eerste strooironde voldoende zijn gestrooid. Dit betekent dus dat op bijvoorbeeld zon- en feestdagen de tweede strooironde NIET wordt gereden.
  • De gemeente kiest ervoor om curatief te strooien. Dat betekent dat de gemeente een strooiactie opstart als het glad is of als vrijwel zeker is dat het glad wordt.
  • Bij preventief strooien wordt al eerder gestrooid. Door de combinatie van een vloeistof (pekelwater) met strooizout kleeft het gestrooide zout aan het wegdek. Als de weg bevriest, zorgt het al aanwezige zout ervoor dat het niet glad wordt.
  • Bij curatief strooien wordt alleen strooizout gebruikt. Omdat geen vloeistof wordt toegevoegd verdwijnt het zout bij een droog wegdek sneller van de weg omdat het zelf onvoldoende kleefkracht heeft. Daarom wordt een curatieve strooiactie pas opgestart als het wegdek vochtig is en glad is of wordt.

Welke wegen vallen in de 1e strooironde?

Dit zijn doorgaande wegen, wijkontsluitingswegen, busroutes, doorgaande fietspaden e.d. Voorbeelden zijn de Apeldoornsestraat en de Rijksweg in Voorthuizen, de Rooseveltstraat in Barneveld en de Heetweg–Nieuw Milligenseweg in Kootwijk.

Wie strooien er in de gemeente?

Dit zijn doorgaande wegen, wijkontsluitingswegen, busroutes, doorgaande fietspaden e.d. Voorbeelden zijn de Apeldoornsestraat en de Rijksweg in Voorthuizen, de Rooseveltstraat in Barneveld en de Heetweg–Nieuw Milligenseweg in Kootwijk.


In de gemeente Barneveld zijn drie wegbeheerders actief: Rijkswaterstaat strooit de autosnelwegen, de provincie Gelderland strooit de provinciale wegen (bijvoorbeeld de route Barneveld - Kootwijkerbroek – Stroe – Garderen) en de gemeente strooit haar eigen wegen. Elke wegbeheerder is zelf verantwoordelijk voor het strooibeleid en bepaalt zelf of er al dan niet wordt gestrooid. In sommige gevallen strooit de ene wegbeheerder voor de andere. Dit heeft te maken met een logisch aansluiten van strooiroutes op elkaar.


Wanneer gladheid wordt verwacht, wordt de gladheid op gevoelige plaatsen gemeten en is er contact met andere wegbeheerders. Daarnaast maakt de gemeente gebruik van een gladheid-meetsysteem in combinatie met informatie van een weerinstituut.

Wat gebeurt er als er moet worden gestrooid?

Als een strooiactie moet worden uitgevoerd, worden de chauffeurs en de shovelmachinist opgeroepen. Binnen een uur na oproep vertrekken de strooiwagens en wordt de strooiroute gereden.

  • Afhankelijk van de soort gladheid wordt 24 – 35 ton wegenzout per strooironde op de wegen gebracht.
  • De voertuigen zijn 2 tot 2,5 uur onderweg.
  • Blijft de gladheid voortduren, zoals bij sneeuwval, dan wordt de strooiactie voortgezet. Om gladheid door sneeuwval effectief te kunnen bestrijden, is er verkeer nodig. Dat is er in de nachtelijke uren te weinig waardoor een strooiactie dan weinig effectief is. Daarbij komt dat het wegverkeer kan zien dat het glad is door de sneeuw die op de weg ligt. Sneeuw wordt eerst zoveel als mogelijk geruimd met een sneeuwploeg of sneeuwbezem voordat er zout wordt gestrooid.
  • In de 1e strooironde wordt ongeveer 360 km aan wegen en fietspaden behandeld. Om de fietspaden snel en veilig te kunnen strooien zullen de daar aanwezig “klappalen” naar beneden worden geklapt en tijdens het winterseizoen naar beneden blijven. Het is ondoenlijk om tijdens het strooien de palen steeds weer naar beneden en na passeren omhoog te zetten. Naast het tijdsverlies zitten de palen vaak vastgevroren waardoor het niet of slechts met veel kracht (en daardoor kans op schade) lukt om de palen naar beneden te klappen.
  • Voor alle duidelijkheid: ook als een klappaal naar beneden is geklapt blijft het verboden om met een auto over het fietspad te rijden!

Wat kunt u zelf doen?

  • Loop, fiets en/of rij voorzichtig; houd rekening met andere mensen;
  • Als het heeft gesneeuwd, roept de gemeente u op om het pad naar uw woning schoon te vegen. En als iedereen het pad voor zijn of haar woning sneeuwvrij maakt, zijn voetgangers u dankbaar. Veegt u de sneeuw niet op de weg! Hierdoor ontstaan hopen sneeuw aan de zijkant van de weg die hinderlijk zijn voor fietsers. Zij zullen dan meer op het midden van de weg gaan fietsen wat gevaarlijk is. Eventueel smeltwater kan niet meer van de weg in de afvoerputjes lopen omdat er sneeuw voor- of op ligt. Hierdoor blijft het water op de weg staan wat weer bevriest als de temperatuur daalt. Veeg of schuif de sneeuw in een aanliggende tuin of op een walletje langs het voetpad dan heeft niemand er hinder van.
  • Als u het zout op de sneeuw gooit zal het effect minimaal zijn. Veeg of schuif daarom eerst de sneeuw weg en strooi daarna een beetje zout.
  • Strooizout is verkrijgbaar in bijvoorbeeld doe het zelf-zaken. De gemeente verstrekt geen strooizout.

Klappalen in de fietspaden – Niet omhoog zetten!

Om autoverkeer te weren, zijn op een aantal plaatsen in de fietspaden zogenoemde klappalen geplaatst. Om de fietspaden snel en veilig te kunnen strooien zullen de daar aanwezig “klappalen” naar beneden worden geklapt en tijdens het winterseizoen naar beneden blijven. Het is ondoenlijk om tijdens het strooien de palen steeds weer naar beneden en na passeren weer omhoog te zetten.

Helaas zien wij dat omwonenden (wellicht uit goede bedoelingen) de palen weer omhoog zetten. Doet u dat niet! Wanneer wij dan strooien, kunnen wij niet passeren. Daardoor blijven gedeelten ongestrooid met alle mogelijke gevaren van dien.

Waar of onwaar?

Wanneer bij of na sneeuwval wordt gestrooid verdwijnt de sneeuw snel.

Niet waar. Wanneer op sneeuw zout wordt gestrooid en er rijdt geen verkeer op, worden zoutkorrels onvoldoende met de sneeuw gemengd en verdwijnt de sneeuw maar gedeeltelijk. Daarnaast zorgen de wielen die over de weg rijden voor warmteontwikkeling.

Op fietspaden moet sneller een sneeuwploeg of rolbezem worden ingezet om sneeuw te ruimen dan op wegen waarop autoverkeer rijdt.

Waar. Fietsverkeer kan het gestrooide zout niet voldoende mengen met de sneeuw waardoor het zout niet oplost.

Wanneer sneeuw is vastgevroren op de verharding, is deze moeilijk te verwijderen.

Waar. Vastgevroren sneeuw of ijs laat zich moeilijk verwijderen. Bij sneeuwval wil de wegbeheerder zo snel mogelijk zout aanbrengen om vastvriezen te voorkomen. Daarom wordt bij aanhoudende sneeuwval op wegen en straten éérst zout gestrooid en daarna weggeveegd in combinatie met strooien.

Strooizout werkt altijd.

Niet waar. Het wegenzout dat de gemeente gebruikt (natrium chloride), zorgt er voor dat het vriespunt wordt verlaagd. Wegenzout werkt tot ongeveer -7 graden Celsius; bij lagere temperaturen vermindert de werking heel snel.

Op woonstraten wordt niet gestrooid als er veel kinderen wonen.

Niet waar. De gemeente heeft als wegbeheerder een zorgplicht. Dit houdt in dat de gemeente zich voldoende moet inspannen om een veilig gebruik van de onder haar beheer vallende wegen mogelijk te maken en houden. Het feit dat er aan een straat kinderen wonen, is geen gegronde reden om op dergelijke straten geen gladheid te bestrijden.

De gemeente strooit dag en nacht.

Voor de wegen in de 1e strooironde is dit waar. Voor de overige wegen zoals woonerven, wijkstraten, etc. is dit niet waar. De gemeente heeft in het gladheids-bestrijdingsplan vastgelegd welke wegen in de 1e strooironde voorkomen. U vindt het gladheids-bestrijdingsplan op de internetsite van de gemeente.

Strooien bij sneeuwval als er weinig of geen verkeer aanwezig is, geeft weinig resultaat.

Waar. Omdat er weinig verkeer is, wordt het zout onvoldoende gemengd met de aanwezige sneeuw. Bij aanhoudende sneeuwval kiezen de wegbeheerders er wel voor om tijdens deze (nachtelijke) uren de strooiacties te staken en ruim voor de ochtendspits weer op te starten.

Strooizout is onbeperkt beschikbaar.

Niet waar (helaas…). De zoutfabrieken produceren veel zout. Ongeveer 5% daarvan wordt geschikt gemaakt om als dooimiddel op de wegen te worden gebruikt. Daarbij komt dat bij winterse weersomstandigheden de vraag naar wegenzout snel stijgt en omvangrijk is. Immers, alle wegbeheerders hebben op dat moment wegenzout nodig.

Wanneer de weg “glinstert” is het glad.

Waar. Een kenmerk van een gladde weg is dat glinstering wordt waargenomen wanneer het licht van bijvoorbeeld een auto op de weg schijnt. Dit is bevroren vocht dat als ‘kristallen’ wordt waargenomen

Wanneer de autoruiten zijn bevroren, moet men rekenen met mogelijke gladheid.

Waar. Hoewel de temperatuur van een autoruit anders is dan van een wegdek, is het verstandig om deze vuistregel aan te houden. U wordt dan als weggebruiker niet verrast.

Bruggen (bijvoorbeeld de fiets/voetbruggen in de woonwijken) zijn eerder glad als “normale” wegen.

Waar. Bij bruggen e.d. is geen zogenoemde “onderwarmte” aanwezig. Hierdoor komt de temperatuur van het wegdek eerder onder het vriespunt. Wanneer de weg nat is, zal deze bevriezen.

Er wordt ook wel gestrooid als het niet vriest.

Waar. Bij preventief strooien kan de wegbeheerder er voor kiezen om bijvoorbeeld al de avond voordat gladheid wordt verwacht de wegen te strooien. Door “nat” te strooien, kleeft het strooizout aan het wegdek en ontstaat geen gladheid als het daarna gaat vriezen. Na een langere periode van vorst kunnen wegen glad worden terwijl de temperatuur boven het vriespunt is: de vorst komt “uit de grond” zoals dat wordt genoemd. De temperatuur van de wegverharding is nog onder het vriespunt zodat het aanwezige vocht op het wegdek bevriest.

Door gebruik te maken van een gladheidmeldsysteem wordt gladheid voorkomen.

Niet waar. Een gladheidmeldsysteem is een hulpmiddel om in combinatie met een weersverwachting te kunnen berekenen of en wanneer het glad kan (!) worden. Daarnaast kan men met zo’n systeem zien hoeveel wegenzout op het wegdek aanwezig is en of dit voldoende is om gladheid tegen te gaan. Hoewel de locatie van het meetpunt vaak is gesitueerd op een plaats waar het snel glad wordt, kan het op een ander wegvak wél glad zijn terwijl het meetpunt geen gladheid vaststelt.

Volg de gladheidbestrijders via Twitter

De gemeente Barneveld informeert inwoners nu ook via Twitter over de gladheidbestrijding. Volg ons via het account @GladheidBveld. Het twitteraccount is van 1 november tot en met 31 maart actief.